De geschiedenis van de Gereformeerde Gemeente te Aagtekerke in vogelvlucht.

 

Een korte terugblik:

In het jaar 1834 ontstaan overal in het land afgescheiden gemeenten. Ook op het eiland Walcheren is veel onvrede. Verschillende mensen kunnen zich niet vinden in de moderne vrijzinnige leer die er in de kerken te horen is. De geest van de Verlichting is de kerk binnengedrongen.
 
Op de buitenplaats Sint Jan ten Heere, eigendom van Jonkheer Willem Versluijs, worden vanaf het jaar 1835 godsdienstoefeningen gehouden door oefenaar J. W. Vijgeboom. Deze man is in het dagelijks leven tuinman bij Jonkheer Versluijs.
 
Steeds meer mensen verlaten de Hervormde kerk. In 1836 sticht de predikant  van Biggekerke, ds. H.J. Buddingh, een afgescheiden gemeente in zijn woonplaats. Maar dat niet alleen, hij trekt heel Zeeland door om afgescheiden gemeenten te institueren. Op 28 augustus 1836 bevestigt hij ambtsdragers op Sint Jan ten Heere. Dit moment is de instituering (oprichting) van onze gemeente.
 
In het jaar 1839 neemt ds. Buddingh afscheid van de afgescheidenen. Hij eist onder andere dat al de gemeenten de berijming van Datheen moeten zingen. Een minderheid volgt ds. Buddingh, waaronder de gemeente van Sint Jan ten Heere en een klein deel van Middelburg. Deze gemeenten worden min of meer samengevoegd. In de eerste tijd gaat ds. Buddingh af en toe voor.
 
Oefenaar Vijgeboom vertrekt omstreeks 1840 met achterlating van een verscheurde gemeente. Pas twee jaar later worden er weer geregeld diensten gehouden onder leiding van diaken De Voogd, die later ouderling zal worden. In die tijd komt ds. L.G.C. Ledeboer uit Benthuizen de gemeente zo nu en dan dienen. Zo komen we bij de Ledeboerianen terecht.
 
In 1857 komt ds. Pieter van Dijke naar Middelburg, waardoor de gemeente groeit. In korte tijd is het kleine groepje van Middelburg veel groter dan de groep kerkmensen van Sint Jan ten Heere. Wel blijft het tot 1900 één gemeente met één kerkenraad.
 
Als Jonkheer Willem Versluijs in 1875 sterft, verkoopt zijn vrouw de buitenplaats. De koper laat alles slopen. Alleen de bijbehorende boerderij blijft staan. Aan de Zandweg, nu de Prelaatweg, koopt de kerkenraad een perceel zaailand. Mede dankzij de erfenis die de Jonkheer aan de gemeente schonk, kan hier een eenvoudig kerkje gebouwd worden. Deze kerk werd in 1877 in gebruik genomen.
 
Lerend ouderling Jan Vader dient de gemeente 13 jaar, namelijk van 1877-1890.
 
In het jaar 1900 is het zo ver dat er een einde komt aan het feit dat er slechts één Ledeboeriaanse gemeente op Walcheren is. Middelburg en Aagtekerke worden namelijk van elkaar losgemaakt. Er was steeds sprake geweest van één kerkenraad. De ambtsdragers die al dienst deden in de gemeente van Aagtekerke zetten hun werk gewoon voort en vormen de kerkenraad van de Aagtekerkse gemeente.
 
Het jaar 1907 is een bijzonder jaar. De Ledeboeriaanse gemeenten gaan samen met de Kruisgemeenten en vormen vanaf 1907 samen het verband van de Gereformeerde Gemeenten. Ds. G.H. Kersten uit Meliskerke en ouderling Jacob Corré van Aagtekerke hebben hier een eerste aanzet voor gegeven. Aagtekerke is vanaf dat moment dus onderdeel van de Gereformeerde Gemeenten geworden.
 
Het kerkgebouw uit 1877 is aan vervanging toe. In 1909 komt er een nieuw kerkgebouw op dezelfde locatie als de vorige.
 
Eind 1944 zetten de geallieerden Walcheren onder water om de Duitsers gemakkelijker te verjagen. Een jaar lang is de gemeente verstrooid, omdat het niet in het eigen kerkgebouw kan samenkomen. Het water laat een geweldige ravage achter.
 
Het duurt nog tot 1970 voordat het gebouw vervangen kan worden door een nieuwe. Dit kerkgebouw is in 1991 vergroot, zodat er meer zitplaatsen zijn in de kerk en er ook meer zaalruimte gekomen is.
 
Het aantal leden en doopleden schommelt momenteel rond de 1000. Iedere zondag worden er 3 kerkdiensten gehouden.